Tuchtklacht mr. R.J.M. van Dalen
Raad van Toezicht ´s Hertogenbosch
T.a.v.: Mw. mr. A.P. van Putten adjunct-secretaris
Mw. Mr. K. de Mei stafjurist
Mr. L.G.R.M. Spronken Waarnemend Deken
Mr. C.J.A. Boskamp Deken
Eerste Straatje van Best 10-12
5211 SK ´s Hertogenbosch
Fax: 073 6911787
Datum: 2 november 2007
Betreft: tuchtklacht mr. R.J.M. van Dalen
Geachte leden van de Raad van Toezicht,
Hierbij dien ik een tuchtklacht in tegen mr. R.J.M. van Dalen, alleen zelfstandig bevoegd directeur en enig aandeelhouder van “De Victorie Beheer BV” Victoriedijk 25 te Valkenswaard, middels een gelieerde werkmaatschappij partner bij Boskamp & Willems Advocaten, Dr. Holtroplaan 42 te Eindhoven.
Mijn personalia zijn u bekend en onveranderd.
Mijn grief jegens mr. R.J.M. Van Dalen, verweerder, luidt als volgt:
Mr. R.J.M. Van Dalen, verweerder, heeft op 24 oktober jongstleden een conclusie van antwoord genomen en in rechte ingebracht bij de rechtbank te ’s-Hertogenbosch onder het rolnummer 07-434. Het hier over een rechtszaak tussen Tijned B.V., een vennootschap van de beste vriend van mr. R.J.M. Van Dalen, en een voormalige cliënt van mr. R.J.M. Van Dalen.
Mr. R.J.M. Van Dalen heeft in zijn conclusie van antwoord onder productie 9 een verklaring ingebracht die ik als productie 1 aan deze tuchtklacht aan u overleg. Het behoeft weinig uitleg dat het hier gaat om mij bij de rechter zwart te maken en als moordenaar van mijn eigen familieleden af te schilderen. Mr. R.J.M. Van Dalen handelt hier wederom in strijd met de Gedragsregels, en wel in zeer ernstige mate. Hij is er genoegzaam van op de hoogte dat de door hem ingebrachte verklaring onwaar is, daar hij de werkelijke feiten beter kent dan geen ander door zijn persoonlijke te nauwe banden met zijn vriend/cliënt. Daarbij ben ik zijn voormalig – en door hem benadeeld – cliënt, en handelt hij ook mede daarom in strijd met de Gedragsregels voor de advocatuur. Kortheidshalve wijs ik u op de recente affaire Endstra- Moszkowicz die geen verdere toelichting behoeft.
Als productie 2 wordt overlegd een beslissing van de Raad van Discipline waaruit blijkt dat mr. R.J.M. Van Dalen mijn voormalige advocaat was en mij in een later stadium moedwillig benadeelde door mijn belangen te schaden ten faveure van zijn beste vriend.
Hierbij doe ik met nadruk een beroep op Artikel 46c lid 1 van de Advocatenwet, om mij te ondersteunen in het juist opstellen van deze tuchtklacht.
In het vertrouwen op een correcte afhandeling conform,
Aldus gepubliceerd op 2 november 2007,
Hoogachtend,
S. Jansen
Download productie 1: C.T.M. Jansen laster verklaring
Download productie 2: Veroordeling van mr. R.J.M. Van Dalen
Gerelateerde artikelen:


Reacties